De uithuisplaatsing

Op 11 april 2007 heeft Bureau “Jeugdzorg” Groningen met veel geweld (3 man politie (waaronder onze wijkagent Bassie en Adriaan) en 6 medewerkers van Stichting Bureau “Jeugdzorg” mijn kinderen uit huis meegenomen. Kinderrechter Koekiemonster was van oordeel dat het dringend en onverwijld noodzakelijk was dat de kinderen met spoed uit huis werden geplaatst. Verhoor kon niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarigen. De kinderen zitten in een pleeggezin of kindertehuis en omdat dit een zogenaamde “geheime” plaatsing betreft, mag ik als wettelijke gezaghebbende en verantwoordelijke ouder niet weten waar mijn kinderen zijn. Deze informatie is pas na anderhalf jaar prijsgegeven; inmiddels weet ik nu wel waar mijn kinderen verblijven.
Het is nu meer dan 3 jaar geleden dat de kinderen uit huis zijn geplaatst. Na vele haperingen en onderbrekingen is de bezoekregeling uiteindelijk doodgebloed. De eerste 5 maanden heb ik de kinderen niet een keer gezien of gesproken. Daarna is er een bezoekregeling van een keer per maand (een uur) van start gegaan, die na 5 maanden al weer ten einde was. Na een periode van doodse stilte vanuit de kant van Bureau Jeugdzorg (inmiddels weer drie rechtszittingen en een nieuwe gezinsvoogd verder) heb ik wat rel moeten trappen, wat weer een paar bezoekjes aan het pleeggezin opleverde. Echter na de overdracht van de bezoekregeling aan de Base-groep (nu Elker) lag de hele bezoekregeling weer op zijn kont.

Het is een beroerde zaak om te bemerken dat de informatie die BJZ doorgeeft wat betreft de kinderen, niet helemaal juist is. Door te overdrijven of juist te bagetaliseren schetst men een onjuiste situatie. Men kan zich onterecht zorgen maken of onachtzaam blijven terwijl ingrijpen noodzakelijk is.
Bovendien is Bureau Jeugdzorg niet van menig dat een goed contact met de biologische ouders in het belang van het kind is. Er wordt niet gekeken naar je capaciteiten als ouder of als mens en FORA-onderzoeken(= psychologische testen) worden compleet genegeerd.

Jeugdrecht in Nederland

In de eerste 9 maanden dat de kinderen onder toezicht hebben gestaan hebben 6 verschillende kinderrechters deze zaak onder ogen gehad, waarvan er twee naar de wrakingskamer zijn gestuurd. De beschikking van de uithuisplaatsing werd op dinsdagmiddag 9 april 2007, even na 16.00 uur getekend en per fax opgestuurd zodat de volgende dag de kinderen al meegevoerd konden worden. Let wel, deze beschikking werd gemaakt zonder dat er een zitting had plaatsgevonden en alle partijen waren gehoord! Gezien de gang van zaken ligt het niet voor de hand dat ook maar een van de rechters serieus en met aandacht het pak papier, wat even snel op het bureau werd gelegd, doorgelezen en onderzocht heeft. Desondanks acht “Jeugdzorg” zich met de stempel en krabbel die de desbetreffende kinderrechter met zijn ogen dicht op een papier heeft gezet, zich gemachtigd om te doen en te laten met de kinderen wat ze willen.

De informant

Zoals in het verhaal van Jan Hop beschreven is, functioneert het AMK (nu Veilig Thuis) en Jeugdzorg niet zonder een zogenaamde “informant”.
Wat is een informant? In dit geval is het de persoon waarbij het AMK  (nu Veilig Thuis) informatie krijgt over het betreffende gezin of persoon; oftewel degene die melding maakt van kindermishandeling.

In eerste instantie is dit mijn voormalige echtgenoot geweest; de gedragsgestoorde pedofiel die voor incest beschuldigd en veroordeeld is. Door kinderrechter Pino gehoord en serieus genomen heeft deze man verklaard dat hij degene is geweest die melding heeft gemaakt bij het AMK.

Later hebben zij ook verklaringen gekregen van familieleden waarmee ik geen contact heb en die mijn gezin nooit bezocht hebben. Zij zijn woonachtig in Noord-Holland; zo’n 300 kilometer van mijn woonplaats.