Conclussie Pieter Baan Centrum

CONCLUSSIE PIETER BAAN CENTRUM
Het multidiciplinair rapport van het Pieter Baan Centrum gedateerd 19 februari 2004 door F.R. Kruisdijk, psychiater en vast gerechtelijk deskundige, en P.E. Geurkink, psycholoog en vast gerechtelijk deskundige, houdt onder meer het volgende in:

CONCLUSSIE

In antwoord op de in hoofde gestelde vraag concluderen de ondergetekenden dat onderzochte ten tijde van het plegen van de hem ten laste gelegde feiten weliswaar lijdende was aan een gebrekkige ontwikkeling zijner geestvermogens, doch dat deze feiten -indien bewezen- hem volledig kunnen worden toegerekend.

ADVIES

Bij de beoordeling van de doorwerking van de vastgestelde persoonlijkheidsstoornis met schizotypische en narcistische kenmerken in het sub 1,2 en 3 tenlastegelegde moet een periode van tien jaar beschouwd worden.

Bij een beoordeling van de persoon van betrokkene valt op dat de gewetensfuncties redelijk intact zijn. Hooguit kan gesteld worden dat betrokkene zijn eigen normen laat prevaleren boven die van anderen en dat hij bij een situatie waarin een gebrekkige toetsing van buitenaf plaatsvindt, zijn eigen norm tot de algemeen geldende norm verheft.

Er wordt een langzaam verschuivend proces beschreven van een exclusieve vaderdochter relatie naar een grensoverschrijdend incestrelatie, zonder fysiek geweld, indien bewezen.

Bovenstaand gedurende jaren langzaam verschuivend delictverloop passen bij de beschreven stoornis, waarbij de combinatie van narcisme en zelfzuchtige, op eigen bevrediging gerichte normen een gedrag oplevert dat onvoldoende door de buitenwereld kan worden getoetst. Het delictverloop vloeit echter niet dwingend voort uit de beschreven stoornis, in die zin dat betrokkene ten opzichte van de gemiddelde normale mens niet of in mindere mate in staat zou zijn geweest om een wederrechtelijkheid van zijn gedrag in te zien en op basis hiervan keuzes te maken.

Het gegeven dat de gewetensfuncties normaal zijn, betrokkene heeft een duidelijk besef van wat goed en fout is, en het gegeven dat er geen psychoses meer worden aangetroffen gedurende tien jaar waarin tenlastegelegde sub 1,2 en 3 plaatsvond, indien bewezen, maken dat betrokkene wilsvrijheid niet beperkt is geweest ten tijde van de verschillende gedragskeuzes die leidden tot het sub 1,2 en 3 tenlastegelegde. Het onderzoekend team acht betrokkene dan ook volledig toerekeningsvatbaar voor de ten laste gelegde feiten, indien bewezen.